|
Nieuwe fiscale regeling 2010 |
|
|
|
Er is nieuwe fiscale regeling. Deze is alleen in dit jaar geldig. De directeur groot aandeelhouder, de DGA, kan in 2010 zijn “TBS-bedrijfspand”, het bedrijfspand dat hij privé verhuurt aan zijn BV belastingvrij inbrengen in zijn BV, zonder heffing van inkomsten- en overdrachtsbelasting.
De fiscale terbeschikkingstellingsregeling is een kostbare regeling. De DGA die een pand aan zijn BV verhuurt kan de huur in zijn BV als bedrijfskosten opvoeren en dit van de vennootschapsbelasting aftrekken; deze bedraagt in de regel maar 20%. Diezelfde huur moet hij – na aftrek van kosten – in box 1 tot zijn inkomen rekenen en dat kost hem maximaal 52% aan inkomstenbelasting. Dat levert een fors belastingnadeel op. Ook de waardeveranderingen van het verhuurde pand vallen bij de DGA in zijn inkomen in de dure box 1. Als hij het bedrijfspand verkoopt moet hij over de meerwaarde maximaal 52% afrekenen. Vanuit de praktijk is veel kritiek geweest op deze regeling. De wetgever is daaraan voor een deel tegemoet gekomen. De DGA kan in 2010 – eenmalig – het bedrijfspand belastingvrij overhevelen naar zijn BV. Bij een normale overdracht van het bedrijfspand aan de BV is de DGA (tot 52%) inkomstenbelasting verschuldigd over de meerwaarde van het pand, én die overdracht kost 6% overdrachtsbelasting over de werkelijke waarde van dat pand. De belastingdienst is bereid die heffingen alleen in 2010 achterwege te laten, mits het bedrijfspand wordt ingebracht in de BV waaraan het ter beschikking wordt gesteld én die BV al een materiële onderneming drijft. Inbreng in een holding die op haar beurt alle aandelen heeft in de werk-BV is toegestaan. De inbreng van het pand moet (altijd) bij notariële akte plaatsvinden tegen uitgifte van aandelen en de inbrenger, de DGA, moet ten minste 90% van de aandelen in de BV hebben vóór en ná de inbreng van het pand.
Voorwaarden De belangrijkste voorwaarden zijn:
- de inbreng vindt plaats in 2010, vóór 1 januari 2011;
- de inbreng omvat de juridische én economische eigendom van het bedrijfspand én alle rechtstreeks met dat pand samenhangende hypotheekschulden;
- de inbreng vindt plaats tegen uitreiking van aandelen door de BV;
- de inbrenger houdt na de inbreng een belang van tenminste 90% van het totaal geplaatste aandelenkapitaal van de BV, een echtgenote of kinderen kunnen de andere 10% bezitten;
- de boekwaarde van het ingebrachte pand wordt bij de vennootschap gesteld op dezelfde boekwaarde in de BV;
De overdrachtsbelasting – zelfs als de DGA geen gebruik wil maken van de doorschuiffaciliteit voor de inkomstenbelasting, maar wil afrekenen wordt niet geheven als:
- de terbeschikkingstelling van de onroerende zaak bestaat vóór 1 september 2009;
- de DGA ten minste drie jaren zijn aandelenbezit behoudt in de BV waarin de onroerende zaak is ingebracht.
- de BV het ingebrachte bedrijfspand ten minste drie jaren in bezit houdt.
Wordt niet voldaan aan een van de twee laatstgenoemde voorwaarden, dan wordt de vrijstelling teruggenomen en is de BV alsnog 6% overdrachtsbelasting verschuldigd over de waarde van de onroerende zaak ten tijde van de inbreng.
Voor meer informatie kunt u tercht bij Hans Jansen. U kunt hem bereiken op telefoonnummer: 0314662045
|